STD-0010: Gecontroleerde netwerktoegang¶
Documentgegevens¶
| Versie | Datum | Evaluatiedatum | Scope |
|---|---|---|---|
| 0.1 | 2026-08-25 | 2027-08-25 | Platformbreed |
Doel en reikwijdte¶
Deze standaard beperkt het publieke aanvalsoppervlak en maakt inkomend, intern en uitgaand netwerkverkeer beheersbaar. Zij geldt voor cloud-, datacenter- en leveranciersworkloads die met CIZ-netwerken, gebruikers of ketenpartners communiceren.
Normatieve bepalingen¶
- Workloads MOETEN in logisch gescheiden netwerksegmenten worden geplaatst.
- Applicaties, containers, databases en beheerinterfaces MOGEN NIET standaard een rechtstreeks publiek endpoint hebben.
- Publiek inkomend verkeer MOET via een centraal beheerde, hoog beschikbare ingresslaag verlopen.
- De ingresslaag MOET passende gateway- of reverse-proxyfuncties, TLS, authenticatie, autorisatie, throttling, requestvalidatie, logging en aanvalsbescherming bieden.
- Achterliggende services MOGEN alleen vanuit de ingresslaag of expliciet toegestane private segmenten bereikbaar zijn.
- Intern en service-to-serviceverkeer BEHOORT private verbindingen en private naamresolutie te gebruiken waar ondersteund.
- Private bereikbaarheid MAG NIET als vertrouwen worden beschouwd; identiteit, authenticatie, autorisatie, least privilege en STD-0003 blijven van toepassing.
- Uitgaand internetverkeer MOET via een centraal beheerde egresslaag verlopen. Rechtstreeks internet-egress vanaf workloads MOET standaard geblokkeerd zijn.
- Per omgeving en regio BEHOORT één logisch egresspunt met een zo klein mogelijke stabiele set publieke bron-IP-adressen te worden gebruikt.
- Extra publieke IP-adressen MOGEN alleen worden gebruikt voor beschikbaarheid, capaciteit, failover of aantoonbare platformbeperkingen.
- Ingress- en egressbeleid MOET declaratief, versiebeheerd, gereviewd en gekoppeld aan dienst en eigenaar zijn.
- Verkeer en beleidswijzigingen MOETEN passend worden gelogd en gemonitord volgens STD-0004 en STD-0007.
Rationale¶
Centrale toegangspunten maken consistent beleid, een beperkt publiek IP-oppervlak en beter inzicht mogelijk. Hoge beschikbaarheid en capaciteitsbeheer voorkomen dat centralisatie een single point of failure wordt. Private verbindingen reduceren blootstelling maar vervangen geen Zero Trust-controles.
Uitzonderingen en risicoacceptatie¶
Een publiek endpoint of rechtstreekse egress MOET vooraf worden gemotiveerd met gegevensstroom, dreigingsmodel, bron- en doelbeperking, logging, eigenaar en eind- of evaluatiedatum. De bevoegde risico-eigenaar accepteert het restrisico.
Naleving en vereiste bewijslast¶
- netwerk- en gegevensstroomdiagram;
- inventaris van publieke endpoints en bron-IP-adressen;
- firewall-, proxy-, gateway- en DNS-configuratiereview;
- tests op blokkeren van ongeautoriseerde ingress en egress;
- failover-, capaciteit- en hersteltest van centrale lagen;
- logging-, monitoring- en afwijkingsbewijs.
Implementatieprofielen¶
Een hub-spoke-model of een functioneel gelijkwaardige netwerkarchitectuur KAN worden toegepast. Afhankelijk van het dreigingsmodel en de gegevensclassificatie KUNNEN private endpoints, private DNS, API-gateways, WAF's, firewalls, proxy's en NAT-voorzieningen worden ingezet. Het implementatieprofiel MOET per omgeving en regio de redundantie, schaalgrenzen, DNS-inrichting, het certificaatbeheer en de functiescheiding beschrijven. Deze standaard schrijft geen specifiek product voor.
Externe mappings en bronnen¶
| Kader | Versie | Control(s) | Relatie | Status |
|---|---|---|---|---|
| ISO/IEC 27002 | 2022 | 8.20-8.24 | Netwerkbeveiliging, segmentatie, filtering en cryptografie | Ondersteunend |
| BIO2 | 1.3 | 8.20-8.24 | Overheidsbaseline | Ondersteunend |
| NEN 7510-2 | 2024+A1:2026 | 8.20-8.24 | Zorgspecifieke aansluiting | Te valideren |
| CIZ-architectuurprincipes | Actueel | Zero Trust | Bovenliggend principe | Leidende bron |
Wijzigingshistorie¶
| Versie | Datum | Wijziging |
|---|---|---|
| 0.1 | 2026-08-25 | Eerste concept, omgezet van voorgestelde ADR naar standaard. |